Clair obscur belicht een voorstelling op theatrale wijze

clair obscur, zelfportret Rembrandt 1639Met het clair obscur of  ‘chiaroscuro’ zoals deze term in het Italiaans wordt genoemd, worden de belangrijkste gebieden van het schilderij helder zichtbaar belicht, in hoog contrast met donkere achtergronden. Het donker vormt de basis.

Clair obscur

Vaak bevindt de lichtbron zich in het midden van het doek, waarbij de lichtbron een kaars, lantaarn of vuurtje is. Ook wordt de voorstelling wel vanaf de zijkant van het tafereel verlicht, via een raam, een deur of een lichtgevende engel soms aanwezig in het schilderij maar niet altijd, die enkele voorwerpen doet oplichten. Deze manier van belichten wordt wel beschreven als een zeventiende-eeuwse uitvinding, met als grote voorloper Caravaggio.

Een Nederlandse meesters van het clair-obscur is Rembrandt, (zie afbeelding Zelfportret, 1639), net als Caravaggio een schilder ten tijde van de barok ,een stijlperiode waarin het clair-obscur veelvuldig werd toegepast.

Schaduw

In schilderijen zonder clair-obscur is het licht alomtegenwoordig, terwijl de schaduwen zich beperken tot slagschaduw, halfschaduw en contour.
Een goede reden om schaduw in de kunst te willen vermijden ligt in de eigenaardigheid van schaduwen dat ze in de normale waarneming weliswaar bestaan, maar niet helemaal worden geregistreerd. Schaduwen helpen ons om de dingen te situeren en te distilleren. Maar ze mogen er eigenlijk niet echt zijn. Zodra schaduwen in tweedimensionale afbeeldingen een plaats krijgen die overeenkomt met hun feitelijkheid gebeurt er iets vreemds: in plaats van een tafereel realistischer te maken, maken ze het al gauw een beetje raar, disharmonisch.

 

 

Leave a Reply