Interview met Philip Akkerman

Interview met Philip AkkermanInterview met Philip Akkerman
Philip Akkerman (Vaassen 1957) schildert sinds 1981 uitsluitend zelfportretten. Inmiddels bestaat zijn oeuvre uit meer dan 3500 zelfportretten. Een interview in zijn atelier in Den Haag.

Wanneer wist je dat je kunstenaar/schilder wilde worden?

Ik tekende en schilderde veel en graag, en het lag voor de hand dat ik naar de Academie zou gaan. Mijn vader had zoiets vroeger zelf ook gewild, maar had helaas de tijd niet mee. Hij is nog wel leraar handvaardigheid en muziek geworden.

Interview Philip Akkerman

Interview Philip Akkerman, houten box

Interview Philip Akkerman

Interview Philip Akkerman

Interview Philip Akkerman

Hoe ziet een werkdag van Philip Akkerman er uit?

Heel gewoon. Ik ben naast kunstenaar ook nog echtgenoot en vader. Mijn werktijden zijn dan ook hetzelfde als die van elke andere familieman: maandag tot en met vrijdag, van negen tot vijf.

Heb je stilte en rust nodig om te kunnen werken?

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat Jan en alleman zo maar komen binnenvallen, maar als mijn vrouw of een van mijn kinderen even binnen komen, vind ik dat juist wel gezellig. Verder draai ik dikwijls platen, James Brown, Joseph Haydn…

Op je website staat een aantal fragmenten uit je dagboeken, waaruit blijkt hoe je jaren hebt geworsteld met de schildertechniek. Meermalen dacht je ‘het’ , de juiste techniek, te pakken te hebben, even later was ‘het’ weer niets. Hoe is dat nu?

Vooral de boeken van Kurt Wehlte en lessen van iconenschilder Martin Mandaliev hebben mij geholpen. Die worsteling met de techniek ligt nu wel achter mij. Sinds vorig jaar heb ik het idee dat ik de techniek van de Oude Meesters beheers. Of liever gezegd, sinds enkele weken, want ironisch genoeg beleefde ik juist vorig jaar een tegenslag. Plotseling liep ik rond met een reusachtig opgezwollen hoofd. Ik bleek een allergie te hebben ontwikkeld voor natuurhars. Damarhars en Venetiaanse terpentijn b.v. zaten in mijn medium, maar gelukkig heb ik hiervoor inmiddels een synthetisch alternatief ontdekt.

Je hebt ooit gezegd het jammer te vinden dat met de teloorgang van het traditionele meester-leerling systeem sinds ca. 1850 ook de kennisoverdracht van de oude meesters en hun techniek verloren is gegaan? Draag je zelf je kennis en ervaring op enige wijze over? En overweeg je publicatie van bijvoorbeeld je dagboeken?

Op dit moment niet. Maar ik zou me kunnen voorstellen dat dit in de toekomst, bijvoorbeeld in het kader van een tentoonstelling, een optie is.

Verder komen er wel eens studenten die geïnteresseerd zijn in de schildertechnieken langs. Ik vertel over mijn werkwijze met behulp van deze doos (trekt een houten kist onder tafel vandaan). In deze houten doos heb ik mijn schilderproces zichtbaar gemaakt.

De houten doos

De zes paneeltjes tonen de opbouw van een enkel schilderij. Het eerste is het houten paneeltje. Het tweede krijgt een aantal lagen; krijtwit, zinkwit. Op het derde paneeltje komt een kleur en daar overheen  de ondertekening. Op het vierde schilder ik een grisaille, één of twee schakeringen in één kleur, hier lichtgrijs en donkergrijs. Op het vijfde paneeltje maak ik de schaduwen donkerder, in dit geval met groen. Op het zesde breng ik waar nodig op sommige plekken de gewenste kleuren aan.

Dit is het systeem van de oude meesters. Die deelden hun werk in drieën in: tekening, donker/licht en kleur. En die onderdelen pak je gescheiden aan en niet in één handeling; dat is het geheim van de oude meesters.

Hoeveel portretten schilder je per jaar?

Ongeveer 150

Vernietig je werk dat je als mislukt beschouwt? 

Mislukt…wat is mislukt? (Trekt een voorbeeld uit de kast) Kijk, dit is een portret dat ik jaren geleden als mislukt beschouwde. Als ik het dan na zoveel tijd weer eens bekijk, denk ik, goh, heb ik dat gemaakt? Eigenlijk best wel goed!

Welke materialen gebruik je?

Ik schilder op panelen van masoniet. Voor de onderschildering maak ik zelf de tempera. Ik gebruik Talens olieverf en het klinkt misschien gek, maar ik schilder hiermee (toont een kwastje), een marterharen aquarel penseeltje.

Waar doe je inkopen?

In Den Haag zijn er een paar winkels, maar vroeger vooral bij Stahlecker, een traditionele verfzaak. Van de oude meneer Stahlecker heb ik misschien wel meer opgestoken dan op de academie. Hij stond vroeger in een witte jas achter in de zaak, zijn ‘laboratorium’, en legde daar aan geïnteresseerden uit hoe je zelf verf moest mengen en gaf dan schilderles. Maar eerst moest je leren mengen, als je daar een knoeiboel van maakte zei hij: “kom volgend jaar maar eens terug”.

Experimenteer je nog wel eens met andere materialen en technieken? Krijt, pastel, acryl, airbrush?

Nee. Ik heb mijn techniek en daarmee mijn rust gevonden bij de oude meesters.

Veel van je zelfportretten doen denken aan film, toneel, rollenspel en acteren. Waar komt de inspiratie voor je zelfportretten vandaan? Uit films, strips, van foto’s of bewerkte foto’s?

Nee, ik laat me niet direct inspireren door dat soort dingen. Wat ik schilder ontstaat in mijn hoofd, nergens anders. Natuurlijk wordt ook mijn innerlijke wereld beïnvloed door alles wat ik om mij heen zie, maar mijn inspiratie is nooit rechtstreeks te herleiden naar specifieke plaatjes. En de verbinding met film, toneel of het spelen van een rol, dat zie ik zelf helemaal niet zo. Ik heb geen verhaal, geen rol, ben geen psycholoog, maar schilder. Je kunt hooguit zeggen: een schilder met een filosofische inslag. In het kleine probeer ik het grote te laten zien, en in een zelfportret een portret van de hele mensheid. De basis is de verbijstering, de raadselachtigheid van het menselijk bestaan.

Maak je ‘stiekem’ nog wel eens ander werk, een landschap, een portret van je vrouw?

Nooit. Zelfs niet van mijn kinderen.

De Koning? Als hij het vraagt?

Kijk toch eens naar die tronies! (wijst naar een reeks zelfportretten aan de muur) Zeg nu zelf…zou jij zo geportretteerd willen worden? Begrijp me goed… ik zou me natuurlijk zeer vereerd voelen, en ik ben koningsgezind, maar het antwoord is nee. Op deze manier moet je de Willem Alexander niet afbeelden.

Ander onderwerp. De eerste fase van een zelfportret, de tekening. Doe je nog iets met die tekeningen. Verkopen, exposeren?

Leuk dat je dat vraagt! Toevallig heb ik net gehoord dat in de herfst van 2015 er een expositie van mijn tekeningen komt, in het Teylers Museum in Haarlem.

Heb je ter afsluiting nog een advies voor de schilder/lezer van Atelier?

(denkt even na)… Ja. Ken je nog Bob Ross, met dat schilderprogramma uit de jaren 80? Natuurlijk, zijn werk was kitsch, maar hij maakte het schilderen wel toegankelijk voor een groot publiek. En hij sprak de onsterfelijke woorden: “this is your painting, and you are free to do with it whateeeever you want”. Ik sluit me daar graag bij aan. Je bent een vrije burger in een vrije maatschappij, je wordt vanwege je kunst niet in de gevangenis gegooid, en bent vrij om te schilderen wat je maar wilt.

Interview met Philip Akkerman in Atelier magazine.  In Atelier magazine nr. 170 staan twee artikelen van mij. Het interview met Philip Akkerman en naar aanleiding van Philip zijn uitspraak over zijn schildertechniek het artikel; Icoon schilderen is de traditie volgen met Martin Mandaliev, waar Philip Akkerman schilderlessen heeft gevolgd.

2 Comments

Leave a Reply