Schilderen met olieverf voor beginners en gevorderden

Op de schilderlessen (op atelier #Haarlem) schilderen beginners en gevorderden met olieverf aan portret, bloemen, dieren, een landschap, vogels, water of luchten en wolken. Omdat daar dezelfde olieverf schildertechnieken voor nodig zijn 🙂 volgt hier een uitgebreid artikel over het schilderen met olieverf.

Schilderen met olieverf

Eerst wat uitleg over deze verfsoort. Olieverf bestaat uit drie componenten; pigment, bindmiddel en oplosmiddel.

Olieverf pigmenten

Het Pigment is een fijn gekleurd poeder. Pigmenten komen van plantenextracten, beestjesmineralen en gesteenten en via chemische processen verkregen verfstoffen.
Hoe fijner het pigment in de olie wordt verdeeld, hoe hoger de kleurkracht van de verf.

Olieverf bindmiddel

Het bindmiddel, een plantaardige drogende olie, houdt het pigment bijeen en zorgt ervoor dat de verf aan de ondergrond hecht. Voor de meeste olieverven wordt lijnolie (olie geperst uit lijnzaad) als bindmiddel gebruikt.

De oliën die daarvoor worden gebruikt, zijn lijnolie en saffloerolie. Lijnolie is al meer dat vijfhonderd jaar het meest belangrijke bindmiddel van olieverf. Omdat lijnolie in de tijd een zekere mate van vergeling laat zien, wordt met name voor de witte verf de lijnolie ook wel vervangen door saffloerolie. Deze olie vergeelt minder, maar heeft ook nadelen: de droogtijd is langer en de olie vormt een film met andere eigenschappen dan lijnolie. Saffloerolie is daarom niet geschikt voor pasteus gebruik en in onderlagen.

Olieverf oplosmiddel

Pigment en het bindmiddel vormen een pasta en om de olieverf te verdunnen, smeerbaar te maken, wordt een oplosmiddel (terpentijn) toegevoegd.

Olieverf zelf maken

Het is niet moeilijk, maar je hebt er wel een paar spullen voor nodig. Vervolgens zijn er aantal stappen te volgen. In het artikel hier (met een video)  heb ik beschreven hoe je zelf je eigen olieverf maakt.

Wanneer ik met groen schilder, betekent het niet gras; wanneer ik met blauw schilder, betekent het niet de lucht – Henri Matisse

Olieverf geschiedenis

Volgens de overlevering was Jan van Eyck de grondlegger van het gebruik van olieverf, een techniek die de schilderkunst revolutionair heeft veranderd. Maar hij blijkt niet de eerste die olieverf toepaste, want de afgelopen jaren werden er al sporen van olieverf in duizend jaar oude grottekeningen aangetroffen. Wel heeft Jan van Eyck de techniek van het schilderen met olieverf geperfectioneerd.

Vanaf ca 1842 kwam de olieverf in tubes op de markt. Vanaf die tijd konden de schilders met hun tubes buiten schilderen (plein air) en ontstond het impressionisme.

.

Olieverf is een zeer veelzijdige verfsoort, waarmee je zowel dekkend als transparant kan schilderen. De verf kan in dunne gladde lagen worden aangebracht, maar er kunnen ook sterke effecten bereikt worden als je de verf met volume verwerkt, zodat de verfstreken zichtbaar blijven.

Schildertechnieken olieverf

In olieverf zijn er in principe twee technieken: ‘alla prima’ en ‘gelaagd schilderen’.

Alla Prima schilderen

Alla prima schilderen is ‘nat-in-nat’ schilderen. Bij deze techniek worden de kleuren behalve op het palet ook op het schilderij gemengd en nat tegen en over elkaar gezet. Het schilderij wordt opgebouwd uit één verflaag en wordt ‘klaar’ geschilderd als de verf nog nat is. De verf kan puur worden gebruikt of worden gecombineerd met steeds hetzelfde medium of oplosmiddel.

Vooral bij het plein air schilderen van landschap, bloemen, het water en luchten wordt met deze olieverf schildertechniek veel gebruik van gemaakt. Maar ook een portret kun je heel goed alla prima schilderen!

Gelaagd schilderen

Gelaagd schilderen wil zeggen dat het schilderij wordt opgebouwd uit verschillende lagen. Een volgende laag kan pas worden opgezet als de voorgaande laag zo droog is dat ze niet meer oplost.

Ook is de klassieke schilderkunst op deze gelaagde techniek gebaseerd. Alle olieverf portret schilderijen, bloemen schilderijen in olieverf, landschappen in olieverf, etc. werden vroeger gelaagd geschilderd.

Bij gelaagd schilderen wordt een techniek gevolgd die ‘vet over mager’ heet; elke volgende laag moet meer olie bevatten.

Techniek van het Gelaagd schilderen met olieverf

Uit hoeveel lagen een schilderij wordt opgebouwd, is uiteraard een persoonlijke aangelegenheid. Het is echter aan te raden de verf voor de eerste laag te verdunnen met terpentine of terpentijn. Hoe meer oplosmiddel, hoe magerder de verflaag. Nadat de eerste laag droog genoeg is, wordt de tweede verflaag aangebracht.

Vanaf dit punt zijn er diverse mogelijkheden om verder te gaan:

. Steeds minder oplosmiddel. Verdun elke volgende laag met steeds minder oplosmiddel; elke volgende laag bevat dan relatief meer olie. Tenslotte kan er met pure verf worden geëindigd.

. Steeds meer schildersmedium. Meng de verf voor de volgende laag met een schildersmedium. Een goed medium bestaat uit drie componenten: olie, hars en oplosmiddel. Door de olie wordt de verf vetter, terwijl het oplosmiddel ervoor zorgt dat de verf ook weer niet te vet wordt. De hars als derde ingrediënt verhoogt de duurzaamheid van de verffilm.

. Steeds andere mix oplosmiddel en schildersmedium. Wordt een schilderij opgebouwd uit meer dan twee verdunde lagen, dan kan het medium verhoudingsgewijs worden gemengd met terpentijn of terpentine van mager naar steeds vetter. Hoe groter het aandeel medium, hoe vetter het mengsel. Voor de laatste laag kan de verf met puur medium worden gemengd.

Talens

Dekkracht of transparantie in olieverf

Bij olieverf worden de korrels van het pigment helemaal door de olie omhuld, wat de lagen altijd een zekere transparantie geeft, zelfs als de pigmentconcentratie vrij hoog is. Een ondertekening in grafiet blijft zo onder opmerkelijk dikke lagen zichtbaar — hierom raad ik aan houtskool te gebruiken.

De mate van dekkracht of transparantie varieert van pigment tot pigment. Per pigment kan de lichtbreking sterk verschillen. Ook in de kleur wit bestaat een transparante versie (zinkwit) en een bijna volledig dekkende versie (titaanwit).
En deze eigenschappen van pigmenten zijn alleen zichtbaar als een olieverf geen dekkend vulmiddel bevat.

Deze mate van transparantie is meestal aangegeven op de tube met sterretjes en in een vierkantje, of op het web te vinden bij de firma, zoals Old Holland, en is vooral ook belangrijk voor de glaceer techniek.

Glaceren

De techniek van het glaceren bestaat uit het schilderen van alleen transparante lagen.  Je gebruikt dus transparante kleuren olieverf. Door het transparant glacerend opbrengen neemt de verzadiging van de kleur toe. De eerste, de onderlaag, kan bestaan uit een dekkende kleur.

Glacis laag

Of een schilderij nu alla prima of gelaagd is geschilderd, als laatste laag kan een glacis worden aangebracht. Dit is een transparante verflaag waarvan het effect kan worden vergeleken met dat van een gekleurd glasplaatje dat je op je schilderij legt.  Een glacis kan worden aangebracht omdat je niet tevreden bent over bepaalde kleuren en deze iets wil veranderen of omdat het visuele effect van glacislagen wordt nagestreefd; een emaille-achtige toplaag en diepe kleuren. Het hele schilderij wordt met één of meerdere glacislagen op kleur gebracht.

In een glacis laat je meestal geen verfstreken achter, om de verfstreken van de onderliggende lagen door de transparante verf heen te zien is; glaceermedium moet dus vloeien. Deze eigenschap biedt de mogelijkheid om in een glacis vloeiende kleurovergangen te maken.

En een glacis laag moet elastischer zijn dan de onderliggende verffilm, de ‘vet over mager‘ regel moet ook hier worden gevolgd.

In het filmpje van Winsor&Newton wordt het aanmaken van een glacis getoond en ook over Rembrandt gesproken 🙂

‘Vet over mager’ regel

De eerste laag moet je schraal (mager) aanbrengen. Hiervoor de verf verdunnen met terpentine of terpentijn. Tijdens het drogen van deze laag ontstaat er geen gesloten verffilm, maar een film die poreus is. Olie uit een volgende laag wordt dan door de onderliggende schrale laag opgezogen en zet zich tijdens het drogen vast in de talloze poriën. Hierdoor ontstaat er een goede hechting tussen deze twee lagen. Omdat een onderliggende (schrale) laag olie onttrekt aan een bovenliggende laag, moet een bovenliggende laag iets meer olie bevatten. Is dit niet het geval, dan komen er kwaliteitsproblemen.

Craquelé bij olieverf

Samenhangend met de onderlinge hechting heeft het ‘vet over mager’ ook een functie voor het opvangen van spanningen tussen de verschillende verflagen. Een schilderij is voortdurend blootgesteld aan bewegingen; enerzijds als er sprake is van een flexibele ondergrond zoals schilderdoek, anderzijds door bijvoorbeeld wisselingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Voor de duurzaamheid van het schilderij is het daarom belangrijk dat alle verflagen deze bewegingen kunnen opvangen.

Hoe meer olie een verflaag bevat, hoe elastischer deze na droging is. Bestaat een schilderij uit meerdere lagen waarbij de onderste lagen meer olie bevatten dan de laatste – dus tegen ‘vet over mager’ regel in – dan worden de minder elastische bovenste lagen in de loop van de tijd door de sterker bewegende onderlagen uit elkaar getrokken. Zien we dat verschijnen, dan spreken we van craquelé.

Welke olieverf kleuren kiezen

Klassiek ‘kort’ palet olieverf

Iedere schilder ontwikkelt uiteindelijk een eigen kleurenpalet.
Dit is het palet dat ik vaak gebruik.

  • Zinkwit en Titaanwit
  • Cadmium Geel middel
  • Gele oker
  • Venetiaans Rood
  • Omber naturel
  • Cobalt Blauw
  • Cadmium Groen diep
  • Ivoor Zwart

Klassiek ‘vol’ palet olieverf

  • Zinkwit en Titaanwit
  • Cadmium Geel citroen en Cadmium Geel middel
  • Sienna naturel en Gele oker
  • Cadmium Rood licht en Cadmium Rood diep
  • Ultramarijn en Cobalt Blauw
  • Cadmium Groen diep en Olijfgroen
  • Sienna Gebrand en Omber Gebrand
  • Ivoor Zwart

Zwart gebruik ik vaak in de onderste toon schildering, zie hier een voorbeeld
En om een diepe kleur te krijgen die zwart benadert zonder zwart te zijn, meng ik Ultramarijn blauw met Gebrande Omber.

Olieverf kleuren mengen

Olieverf is eenvoudig mengbaar. Om de gewenste kleur te krijgen, meng je de kleuren uit de tubes met elkaar. Je kunt hiervoor een kwast gebruiken, of een paletmes. Bij tubeverf hebben de verschillende pigmenten ongeveer dezelfde consistentie doordat de fabrikant een bepaalde hoeveelheid vulstof varieert; dit vergemakkelijkt het verwerken. Bij de goedkopere “studieverven” willen die vulmiddelen weleens een groot deel van de verfmassa vormen. Verven van verschillende fabrikanten kan je zonder bezwaar met elkaar vermengen.

Rembrandt op zijn atelier

Nieuwsgierig ben ik altijd naar hoe ‘de meesters’ het deden. In het Rembrandthuis heb ik achter de ezel van Rembrandt op zijn atelier gestaan 🙂 een geweldige plek!

Op een paneel voorzien van een grondlaag liet Rembrandt zijn assistenten een dun laagje aanbrengen van loodwitte of okergele verf. Daarna schilderde hij de hele voorstelling in grote lijnen alleen met bruin. Hij gaf aan waar lichte delen moesten komen en waar donkere. Pas daarna ging Rembrandt echt met kleur schilderen.

Rembrandt hield een palet vast, waarop de verf in kleine hoeveelheden klaar lag. In zijn andere hand hield hij zijn penseel.

Het kleurenpalet van Rembrandt

Rembrandt maakte zijn eigen verf of liet dat door een assistent doen. Hij heeft maar een beperkt aantal pigmenten gebruikt. Dat zijn de volgende:

  • loodwit (+ krijt)
  • gele oker
  • lood-tin geel (citroengeel)
  • rode oker
  • vermiljoen (helder rood)
  • rode lak
  • azuriet (hemelsblauw)
  • smalt (fijngemalen blauw glas)
  • malachiet groen (berggroen)
  • bruine oker
  • omber, gebrand
  • omber, ongebrand
  • Kasselse (Keulse) aarde
  • beenderzwart

Op vroege (tot ca. 1635) schilderijen heeft Rembrandt ongeveer tien pigmenten gebruikt, soms meer. Hij schilderde in die jaren voornamelijk op paneel. Op latere schilderijen heeft Rembrandt maximaal zes pigmenten gebruikt. Hij schilderde toen voornamelijk op doek.

Droogtijd van olieverf

Het drogen van de olie is een chemisch proces dat gebeurt door lucht en licht; hoe meer ventilatie en licht, hoe sneller de droging van olieverf. Schilderijen moet je drogen in een ruimte met genoeg licht, (geen zon), rond kamertemperatuur en lage luchtvochtigheid.

Door de langzame droging van olieverf willen sommige pigmenten nog weleens chemische reacties met elkaar aangaan, wat tot latere verkleuringen leidt.

Een ander negatief effect is dat door menging met wit (titaan wit) de lichtechtheid sterk verslechtert: de witte pigmentkorrels weerkaatsen te veel licht; titaan wit eet de kleur op.

Afhankelijk van het gebruikte pigment, kan de droogtijd per kleur uiteenlopen. Om grote verschillen in droogtijd te voorkomen, kan je een siccatief aan de verf  toevoegen. Een siccatief versnelt de droging.

Een schilderij moet helemaal zijn door gedroogd alvorens te vernissen!

Vernis voor olieverf

Vernissen voor olieverf bestaan in principe uit een oplossing van hars in een oplosmiddel. Ze dienen ter bescherming van de verflaag en bepalen de glans van het werk. Een goed vernis moet reversibel zijn; in geval van restauratie, moet het vernis weer te verwijderen zijn met een oplosmiddel, zonder dat de verflaag wordt aangetast; ook na vele jaren.

Retoucheervernis overschilderbaar

Tijdens het schilderen kunnen ingeschoten plekken ontstaan. Dit gebeurt als plaatselijk te veel olie door een onderliggende laag wordt opgezogen; de verf wordt mat en de intensiteit van de kleur neemt af. Door de sterke zuiging van deze plekken, kan ook bij het aanbrengen van een volgende laag te veel olie worden weggezogen. Een oplossing is om deze ingeschoten plekken (als ze handdroog zijn) zeer dun te behandelen met retoucheer vernis. In een dunne laag laat de vernis na droging een poreuze film achter waarin een volgende verffilm zich kan hechten.

Retoucheer vernis als tijdelijk slotvernis

Een retoucheer vernis kan je ook als tijdelijk slotvernis aanbrengen over het, nog niet volledig droge schilderij. Hiermee krijgt je schilderij een egale glans en wordt het beschermd tegen vuil. Omdat de vernis (in een dunne laag aangebracht) poreus is, kan zuurstofopname en daarmee het droogproces van de verf doorgaan.

Het is belangrijk om de retoucheer vernis heel dun aan te brengen. Gebruikt als tussenvernis zal teveel vernis een goede hechting van een volgende laag verhinderen. Bij overmatig gebruik als voorlopige slotvernis kan het oplosmiddel van de retoucheer vernis de (nog niet droge) olie uit de onderlagen van de verf oplossen en aan de oppervlakte brengen. Als dit gebeurt, kan het schilderij vele maanden tot zelfs jarenlang kleverig blijven en is aanhechting van stof moeilijk te voorkomen. In dit geval is het belangrijk om bij normale laagdikte van de verf minimaal 2 à 3 maanden te wachten.

Slotvernis

Het slotvernis wordt pas wanneer de olieverf volledig is gedroogd, geschilderd. Olieverf droogt onder invloed van zuurstof en licht, een chemisch proces. Nadat de verf droog is gaat dit oxidatieproces gewoon door en treedt een verouderingsproces in werking. Op den duur zie je dat als craquelé

Na voldoende droging van de verf (bij normale laagdikte ongeveer een jaar en bij zeer dunne lagen enkele maanden eerder, bij dikkere lagen meerdere jaren) is het daarom raadzaam om een slotvernis aan te brengen;  het slotvernis remt de zuurstofopname af, en daarmee het verouderingsproces. Tegelijkertijd bepaalt het de uiteindelijke glansgraad en beschermt het de verf tegen atmosferische verontreinigingen.

Het vernis schilderen

Bij het vernissen moeten je spullen; schilderij, vernis en kwast dezelfde kamertemperatuur hebben. Komt je schilderij uit een koude ruimte dan kan er condensvorming ontstaan op het koude doek. Dit vocht is na het vernissen te zien als een witte waas op je schilderij. Bovendien kan door vocht op het schilderij de vernis gaan parelen en is de hechting slecht.

Parelen

Parelen kan ook optreden als de verflaag erg gesloten is, bijvoorbeeld wanneer deze veel bindmiddel (medium, olie) bevat. Om dit te voorkomen, is het raadzaam om het schilderij eerst met een doekje met wat terpentine af te nemen en wanneer de terpentine is verdampt de vernis erop aan te brengen.

Glanzende schilderijvernissen bestaan grotendeels uit een hars in een oplosmiddel. Bij matte vernissen is daar een matteringsmiddel aan toegevoegd. Het is beter een matte vernis in één laag aan te brengen, want dan voorkom je glansverschillen en de vorming van strepen. Met een spuitbus kan het wel in meerdere lagen.

Schilderen met olieverf YouTube

Op Youtube staan veel video’s waar je voorbeelden kunt vinden van schilderen met olieverf.

Dus of je als beginner wil leren schilderen met olieverf, of al als gevorderden al jarenlang bezig bent met olieverf portret schilderen, als naslagwerk hoop ik dat jullie veel aan deze informatie hebben. En zet gerust jullie vragen in de comment hier beneden.

En check deze site regelmatig, want het artikel wordt steeds uitgebreid.

ella

Beeldend Kunstenares; schilder, beeldhouwer, taxidermist en drie dagen per week teken-, en schilderlessen aan kinderen, tieners en volwassenen.

Comments are closed